Stabat Mater

Gouden balk

door Arie Romein

Enkele jaren geleden voerde "Excelsior" het Stabat Mater van Rossini uit. Ik schreef toen een bijdrage over dit Middeleeuwse kerklied in "Vivace". Nu we weer dezelfde tekst zingen, ditmaal in een compositie van Dvorak, wil ik opnieuw wat gegevens doorgeven.

Het Stabat Mater is afkomstig uit Italië, uit de kringen van de Franciscanen, volgelingen van Franciscus van Assisi. Zij bevorderden in de 13e eeuw in ruime mate de Mariadevotie. Het lied wordt toegeschreven aan de Umbrische dichter-monnik Jacopone da Todi (1228?-1306). Zij dichterschap is echter niet onomstreden. Het lied wordt ook toegeschreven aan paus Innocentius III en aan de boeteprediker Bonaventura.

Hoewel het Stabat Mater echt een Marialied is, staat in deze verzen toch vooral het lijden van Christus centraal. Dat zal er de oorzaak van zijn, dat een in de katholieke kerk zo bekend en geliefd lied ook wel in protestantse kringen een plaats vond, zij het in sterke mate bewerkt. Zo is bijvoorbeeld Gezang 44 in de Hervormde Bundel van 1938 een beknopte bewerking van het Stabat Mater. De bekende kenner dan de liturgie Prof. dr. G. van der Leeuw schreef: "Merkwaardig is, dat, hoewel het lied is gericht aan de H. Maagd, het niettemin zijn geestelijk middelpunt vindt in het lijden en sterven van Christus".

Het lied is een z.g. 'sequentie'. Dat is een kerkelijk gezang met een syllabische melodie, vroeger gezongen in de mis na het halleluja. Er bestonden honderden sequentia, maar in 1570 werd in het Concilie van Trente bepaald, dat er slechts vijf sequenties een plaats mochten hebben in het romeins missaal, ten gebruike op hoge feestdagen, waaronder het Stabat Mater. Het Stabat Mater bestaat uit twintig strofen en heeft een trocheïsch ritme. Een trochee is een versvoet die uit een lange en een daarop volgende korte lettergreep bestaat (vgl. stábat máter dólorósa etc.).

Het lied behield de eeuwen door een blijvende populariteit en vormde een bron voor vele scheppingen van beroemde componisten, zoals Palestrina, Boccherini, Scarlatti, Pergolesi, Haydn, Rossini, Schubert, Verdi en dus Dvorak (première Praag 1880).

Het Stabat Mater kent enkele fragmenten waarin de "ik" van het lied, te zien als de vertegenwoordiger van de gelovige gemeente, Maria aanroept. Is dat aanbidding? Verering? Protestanten hebben daar moeite mee, al zingen ze het alleen al als product van het gezamenlijk voorreformatorisch cultureel erfgoed in een mooie compositie con amore mee.

Het luistert wel nauw hoe het lied vertaald wordt. Ik vond in een echt ouderwets rooms-katholiek gebeden- en gezangenboek, "Het gulden wierookvat" door Fr. Eppink Pr., zonder jaartal, vermoedelijk uit het begin van deze eeuw, een vertaling die erg gekleurd is door de oud-roomse spiritualiteit. Ik heb mij gezet aan een hervertaling. Die heb ik wel laten toetsen door de classicus-theoloog Dr. J. van Eck te Ede. We kwamen er achter, dat er van de strofen 17, 18 en 19 alternatieve teksten zijn. Wanneer en waarom er tekstwijzigingen zijn aangebracht heb ik (nog) niet kunnen naspeuren. Ik hield mij aan de tekst zoals we die vinden bij Dvorak.

Het is verleidelijk een vertaling in rijm en ritme te geven. Ik heb me daar niet aan gewaagd. Dergelijke weergaven bestaan echter wel. Bijvoorbeeld van Vondel, maar ook van onze tijdgenoot Willem Wilmink. Misschien is het wel aardig die in een volgende 'Vivace' af te drukken. Er moeten wel zestig vertalingen zijn in het Engels. Mijn vriend de neerlandicus Drs. H. van 't Veld te Veenendaal surfte voor mij op het Internet en sprokkelde van her en der verschillende Engelse teksten bijeen!

Hieronder volgt nu de tekst in het Latijn en daarnaast mijn vertaling.

Stabat mater dolorosa
juxta crucem lacrimosa
dum pendebat Filius.
Daar stond de moeder, vol van smart,
in tranen, bij het kruis,
waar haar Zoon aan hing.
Cuius animam gementem
contristatam et dolentem,
pertransivit gladius.
Haar zuchtende ziel -
zo verdrietig en klagend-,
een zwaard ging er dwars doorheen.
O quam tristis et afflicta
fuit illa benedicta
Mater Unigeniti.
O hoe treurig en verslagen
was die gezegende Vrouwe,
Moeder van de Eniggeborene.
Quae maerebat et dolebat,
pia mater, dum videbat
Nati poenas incliti.
Hoe treurde en klaagde zij,
de vrome moeder, toen zij aanschouwde
de folteringen van haar vereerde Zoon.
Quis est homo, qui non fleret
matrem Christi si videret
in tanto supplicio?
Welk mens zou niet wenen
bij het zien van Christus' moeder,
in zo diepe smart?
Quis non posset contristari
Christi matrem contemplari
dolentem cum Filio?
Wie zou niet met haar treuren
bij het zien van Christus' moeder,
klagend met haar Zoon?
Pro peccatis suae gentis
videt Jesum in tormentis
et flagellis subditum.
Voor de zonden van Zijn Volk
zag zij Jezus zo gepijnigd
en met gesels geslagen,
Vidit suum dulcem Natum
moriendo desolatum
dum emisit spiritum.
zag zij haar lieve Zoon
in Zij sterven gans verlaten
tot Hij de geest gaf.
Eja, mater, fons amoris,
me sentire vim doloris,
fac ut tecum lugeam.
O, moeder, bron van liefde,
laat mij de felheid van uw smart doorvoelen
en samen met u rouwen.
Fac ut ardeat cor meum
in amando Christum Deum,
ut sibi complaceam.
Doe mijn hart van liefde branden
tot Christus, mijn God,
dat ik Hem behage.
Sancta Mater, istud agas,
Crucifixi fige plagas
cordi meo valide.
Heilige moeder, doe toch dit:
bind mij de slagen van de Gekruiste
krachtig op het hart.
Tui Nati vulnerati
tam dignati pro me pati
poenas mecum divide.
De slagen die uw Zoon verwondden,
die Hij zich verwaardigde voor mij te lijden,
- deel ze met mij.
Fac me vere tecum flere,
Crucifixo condolere
donec ego vixero.
Laat mij waarlijk met u wenen
met de Gekruiste mee lijden
mijn hele leven lang.
Juxta crucem tecum stare
te libenter sociare
in planctu desidero.
Gaarne wil ik met u staan
naast het kruis
deelgenoot zijn van uw rouwklacht.
Virgo virginum praeclara
mihi jam non sis amara
fac me tecum plangere.
Edele maagd der maagden,
wil niet bitter voor mij zijn,
laat mij met u klagen.
Fac ut portem Christi mortem
passionis fac consortem
plagas recolere.
Laat mij Christus' dood toch dragen
deelgenoot zijn van Zijn lijden,
opnieuw Zijn wonden overdenken.
Fac me plagis vulnerari
cruce hac inebriari
ob amorem Filii.
Laten Zijn wonden de mijne worden,
laat mij dronken worden van dit kruis,
vanwege de liefde van de Zoon.
Inflammatus et accensus
per te Virgo sim defensus
in die judicii.
In vuur en vlam gezet
door u, o maagd, worde ik beschermd
in de dag des oordeels.
Fac me cruce custodiri
morte Christi praemuniri
confoveri gratia.
Laat mij door het kruis bewaard
door Christus' dood beschut worden,
gunst ontvangen door genade.
Quando corpus morietur
fac ut animae donetur
paradisi gloria.
Amen.
Wanneer mijn lichaam sterven zal,
laat de ziel dan ontvangen
de glorie van het paradijs.
Amen.
© Arie Romein, zomer 1998

G-sleutelTerug naar hoofdpagina Excelsior

Gouden balk

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op