door Arie Romein
STABAT MATER (2)
In een vorige bijdrage beloofde ik twee vertalingen door te geven van het Stabat Mater. Hieronder volgen ze. De eerste vertaling is van Joost van den Vondel, dus uit de 17e eeuw. De tweede is van de thans levende dichter Willem Wilmink, dus een vertaling uit onze eigen tijd. Interessant om ze te vergelijken! Ik onthoud mij echter van commentaar. Beide dichters geven zesregelige strofen in plaats van de oorspronkelijke drieregelige verzen. Men leze zelf.
| Joost van den Vondel: | Willem Wilmink: |
|
Iesus' nat bekrete moeder Stont bij 't kruis, daar ons Behoeder, Haar beminde Zoon, aan hing; En haar docht, terwijl ze steende Hem betreurde, en druckigh weende Dat een zwaart door 't harte ging. |
De moeder stond door smart bevangen en met tranen langs haar wangen waar haar zoon gekruisigd hing en het was haar in haar lijden of een zwaard haar kwam doorsnijden dat dwars door het hart heen ging. |
|
Och! hoe druckigh, hoe vol rouwe was die zegenrijckste vrouwe, Moeder van Godts eenigh Kint? Die uit een weemoedigh harte, Bevende aanzagh al de smerte Van haar vrucht, bij Godt bemint. |
Hoe verdrietig en verloren was de toch zo uitverkoren moeder die hem ' t leven gaf. Ze moest klagen, ze moest rouwen en ze beefde bij 't aanschouwen van zijn vreselijke straf. |
|
Och! Wie zou in 't hart niet snijden Zoo hij, in dat deerlijck lijden, Kristus lieve Moeder zagh? Och! wie zou zich niet bedroeven, Zagh hij 't hart beklemt van schroeven, Om den Zoon, die 'r onder lagh? |
Wie voelt er geen tranen komen die daarheen wordt meegenomen, waar hij Christus' moeder vindt? Wie zou tranen binnenhouden als hij dat verdriet aanschouwde van de moeder bij haar kind? |
|
Zij zagh Iesus pijn en stramen Lijden, om ons al te zamen, En hem sterven met geschal; Toen die waarde en uitverkozen treurigh, als een troosteloozen, Zijnen Geest aan Godt beval. |
Zij zag wat hij heeft geleden voor het kwaad dat mensen deden, zag de zwepen, zag het slaan, hoorde 't kind, door haar gedragen, stervende om bijstand vragen, zag hoe hij is doodgegaan. |
|
Bron van moederlicke minne Stort mij mee 't gevoelen inne Van medoogen en geklagh: Doe mijn koude hart verlangen, Om mijn Heilant aan te hangen, Dat ick hem behagen magh. |
Vrouw van liefde en genade, wil toch op mijn schouders laden alles wat u lijden doet. 'k Wil mijn hart aan hem verpanden, laat mij dan van liefde branden opdat ik hem zo ontmoet. |
|
Heilge Moeder, allerkuischte, Druck de wonden des Gekruiste Krachtighlijck in mijn gemoedt: Laat ick oock met u bezuren Uw gewonden Zoons quetsuren, Die mij vrij kocht met zijn bloet. |
Moeder, wil mijn hart bezeren met de wonden die hem deren, die zo nederig wilde zijn om te lijden voor mijn zonden. Laat mij lijden aan zijn wonden, laat mij delen in de pijn. |
|
Dat ick ijvrigh u geleie, En 't gekruiste Lam beschreie, Al de dagen die ick leef. 'k Wensch uw kruis te helpen dragen, En bij 't kruis met u te klagen, Schoon een ander u begeef. |
Laat mij huilen aan uw zijde, laat het kruis ook mij doen lijden tot ik zelf eens doodgaan moet: 'k wil mij naar het kruis begeven om daar met u mee te leven in wat hem zo lijden doet. |
|
Puick der Maaghdelijcke loten, Wil mijn bede niet verstoten: Laat mij aan uw zijde staan: Kristus doot mijn ziel genezen: Laat ick die deelachtigh wezen: Laatze in 't hart geschildert staan. |
Stralende, ik moet u eren, wil u toch niet ván mij keren, laat mij huilend bij u staan. Laat mij Christus' dood ervaren laat mij in mijn hart bewaren al wat hem is aangedaan. |
|
Laat zijn hartquetsuur mij raken En zijn bloet mij droncken maken In de liefde van Godts Zoon. Reine Maaght, gij doet mij blaken: Uw gebedt zal voor mij waken, En mij vrijen voor Godts troon. |
Laat zijn pijnen mij genaken laat het kruis mij dronken maken van de liefde van uw zoon en wil dan mijn voorspraak wezen als ik 't helse vuur moet vrezen na het oordeel voor zijn troon. |
|
Laat het kruis mijn ziel bedecken, Kristus doot mijn schilt verstrecken En mij koestren met gena. Als dit lichaam komt te sterven. Laat mijn ziel met blijdschap erven 't Hemelsch Paradijs hier na. Amen. |
Laat het kruis over mij waken, laat zijn dood mij sterker maken, zodat hij me begeleidt en mijn ziel, als 't lijf moet sterven, de verrukking doet verwerven die de hemel ons bereidt. Amen. |
Terug naar hoofdpagina
Excelsior
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op