Recensie Matthäus Passion 23 maart 2018

De Matthäus-Passion wordt door Bachkenners en -liefhebbers beschouwd als het beste werk van Johann Sebastian Bach. Zelf rekende Bach de ‘Passio Domini nostri Jesu Christe secundum Evangelistam Matthaeum’, zoals de officiële titel luidt, tot zijn dierbaarste werken. Na de eerste uitvoering, waarvan de datum onbekend is (meest waarschijnlijk is Goede Vrijdag 1727), bleef hij eraan schaven. In 1736 schreef hij de definitieve versie in zeer fraai kalligrafisch handschrift over.
Ook onder het muziekpubliek is de Matthäus geliefd, getuige de grote opkomst bij de jaarlijkse talrijke uitvoeringen in ons land. Veel auteurs hebben hun hoofd gebroken over de vraag waar dit succes aan te danken is. De antwoorden zijn heel divers, maar zeker is dat uitvoerders en luisteraars telkens weer getroffen worden door het drama, de ontroering en ook de menselijkheid die deze passie uitstraalt. Deze drie elementen waren tijdens de uitvoering door COV Excelsior op vrijdag 23 maart 2018 in de goed gevulde Bethelkerk in Barneveld in ruime mate vertegenwoordigd.

Deze uitvoering was in meerdere opzichten een memorabele gebeurtenis. Het goed voorbereide koor werd op voortreffelijke wijze ondersteund door het barokorkest Capella Maria Barbara (genoemd naar Bachs eerste vrouw, die in 1720 overleed), waarvan de leden spelen op instrumenten uit de 17de of 18de eeuw dan wel op kopieën ervan. Evenals bij de vorige concerten had Excelsior topsolisten weten te strikken voor deze avond, een noodzakelijke voorwaarde voor een meer-dan-gewone uitvoering. Het was een bijzondere gewaarwording om met een paar honderd bezoekers een kleine drie uur deelgenoot te zijn van Bachs diepste muzikale gevoelens, een kleine driehonderd jaar geleden bedacht en vastgelegd. Dat dit in Barneveld gebeurde weerhield de Edese wethouder van cultuur er gelukkig niet van aanwezig te zijn. Hopelijk doet hij in de gemeenteraad verslag van deze avond met de aanbeveling om op korte termijn een geschikte locatie in Ede te creëren.

Al bij het openingskoor werd de dramatiek die de Matthäus Passion kenmerkt voelbaar. In een weldadig tempo kwam de gelaagdheid goed tot zijn recht. Adembenemend fraai was de inzet van het koraal ‘O Lamm Gottes unschuldig’, vanaf de orgelgalerij gezongen door jongedames van de koorschool Ars Musica. Het lijdensverhaal werd op meeslepende en bevlogen wijze vanaf de preekstoel gereciteerd door Jan van Elsacker. Alsof hij een regisseur op een filmset was zorgde Gerben Budding ervoor dat de recitatieven, koralen, arioso’s en aria’s mooi op elkaar aansloten zodat de spanning en onrust voelbaar bleef. Het vrij hoge tempo van de koralen paste goed in deze context. Bijzonder was dat de kleine rollen (zoals Petrus, de twee maagden, Judas en de hogepriester) werden vertolkt door koorleden. Zij kweten zich uitstekend van hun taak.
De Matthäus Passion dankt zijn bekendheid voor een groot deel aan de veertien fraaie aria’s. Deze werden stuk voor stuk op fraaie wijze vertolkt, waarbij het samenspel van solisten en het orkest ideaal was. De klank van een barokorkest verschilt wezenlijk met die van moderne orkesten: zachter, zoeter, transparanter. De akoestiek van de Bethelkerk, niet gezegend met veel nagalmtijd, bood net voldoende ruimte voor het waarnemen van de vele subtiele details.

Deze uitvoering, voortkomend uit de ontwikkelingen van de laatste decennia om Bach op een historisch verantwoorde wijze te benaderen, maakte bij zowel de uitvoerenden als het publiek diepe indruk. Het was alsof Bach dichterbij kwam en wij drie uur, zonder mobiele telefoon en tablet, deelgenoot mochten zijn van het drama dat hij op onnavolgbare wijze op muziek heeft gezet.

Erik van der Heijden